Eerste leerjaar b

Ik kan zelf een eenvoudige werktekening maken.

Ik kan gericht samenwerken in duo of kleine groep - iets aan elkaar kunnen uitleggen - voorstellen formuleren om tot een gezamenlijk antwoord te komen bij vragen.

Ik kan meewerken aan een grotere groepsopdracht - kunnen samenwerken met anderen rond een gemeenschappelijk idee of doel - samenwerken met anderen ondanks verschillen.

Ik kan ervaren op welke wijze onderdelen aan elkaar kunnen verbonden of gehecht worden - specifieke kenmerken van courante verbindingen en hechtingen herkennen - deze verbindingen en hechtingen gebruiken.

In het leven in de 21e eeuw komen technologische veranderingen in een hoog tempo op ons af. De laatste decennia is de wereld sneller en ingrijpender gedigitaliseerd. We proberen onszelf meer en meer te voorzien van handigere en toegankelijkere tools. Denk maar aan vaatwassers, robotstofzuigers, tablets, het regelen van een thermostaat, etc. Allemaal technologische ontwikkelingen die ons meer comfort geven en die zo gevormd zijn zodat we deze zeer intuïtief kunnen hanteren. Opvallend is echter wel dat hoe toegankelijker het gebruik ervan wordt, hoe minder we inzicht lijken te hebben in de achterliggende processen die deze tools aansturen.

Voor het ontwikkelen van deze technologische tools zijn computationele vaardigheden nodig. Aankvankelijk werden deze vooral aangeleerd binnen de informaticawetenschappen. Computationeel denken wordt beschreven als het menselijke vermogen om complexe problemen op te lossen en daarbij computers als hulpmiddel te zien. Volgens verschillende bronnen wordt computationeel denken als een noodzakelijke basisvaardigheid gezien naast bv. lezen, schrijven en rekenen (Samaey & Van Remortel, 2014). Het aanleren van computationeel denken dient bijgevolg dan al te starten bij kinderen in het basisonderwijs met bv. bijzondere aandacht voor logisch en algoritmisch denken.